Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt op basis van datum ondertekenen proces-verbaal: 12 november 2019)heb ik verbalisant, in verband met een aantal in beslag genomen voorwerpen een onderzoek ingesteld aan deze inbeslaggenomen voorwerpen.
- Uit foto’s en een mailbericht dat de telefoon in gebruik was bij [verdachte]
- Dat er veel foto’s van verschillende soorten verdovende middelen op de telefoon staan, waaronder; pillen, blokken hasj, wiet, geld, en vuurwerk.
- Dat hij via deze berichtendienst informeert naar de inkoop van illegaal vuurwerk en
- Dat hij hierbij aangeeft dat hij zijn eigen handel heeft
- Dat hij een gesprek heeft over de verkoop van crystal meth
- Dat er voor de koop van vuurwerk: cobra’s en nitraten een afspraak wordt gemaakt voor 19 oktober 2019 omstreeks 3 a 4 uur. Het gesprek gaat kennelijk verder via een snapchat profiel: [...]
- Dat hij eerder heeft afgesproken op de [straatnaam 2] voor de koop van Hasj.
- Dat hij kennelijk 2 blokken Hasj te koop aanbiedt welke vermoedelijk gefotografeerd zijn in de woonkamer van [verdachte] .
- Uit de gemaakte verbindingen met dezelfde netwerken, dezelfde snapchat gebruikersnaam en de bijnaam [.] dat de telefoon kennelijk in gebruik is bij [verdachte]
- Uit gemaakte plaatjes/ advertenties met aanbiedingen van prijzen van Hasje welke
- Dat de contactenlijst bestaat uit veel telefoonnummers welke opgeslagen staan onder de letter A, B of C met daarbij een cijfer
- Dat er meerdere SMS of What’s app berichten verzonden en ontvangen werden waarin
de rechtbank begrijpt: te [plaatsnaam 2]) hebben wij een stopteken gegeven aan de Peugeot 307. Ik, verbalisant [verbalisant 7] , sprak de bestuurder aan en vroeg naar een rijbewijs. Ik zag dat de bestuurder was genaamd: [verdachte] geboren op [1999] te [geboorteplaats] . Ik vroeg hierop aan [verdachte] of hij de kofferbak voor mij wilde openen zodat ik hierin kon kijken. Ik zag dat [verdachte] uit de auto stapte en de kofferbak voor mij opendeed. Ik zag dat er in de boodschappentas iets zat wat leek op een kartonnen doos. Ik vroeg aan [verdachte] wat er in die doos zat. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat er Nike sportschoenen in zaten. Ik kon door de plastic boodschappentas heen kijken en zag dat er een logo op de doos stond. Ik weet hoe een Nike logo er uit ziet, maar herkende het logo dat op de doos stond niet als zijnde een Nike logo. Ik zei tegen [verdachte] dat er geen Nike logo op de doos stond en hoorde [verdachte] hierop verklaren dat het pakketje van een klant was van DHL. Het is mij bekend dat er op pakketten van DHL een naam en adres staat vermeld en zei tegen [verdachte] dat ik dit niet op de doos stond. Ik vroeg aan [verdachte] of hij de plastic boodschappentas van de doos wilde afhalen. Ik zag dat [verdachte] de plastic boodschappentas van de doos afhaalde. Ik zag dat er een witte doos tevoorschijn kwam. Ik zag dat de witte doos was afgesloten door middel van bruin tape. Ik zag dat het bruine tape wel dicht zat maar wel een keer open was geweest. Ik zag dit omdat het tape niet goed meer plakte en omdat het eindstukje iets los was. Ik vroeg aan [verdachte] of hij de witte doos voor mij wilde openen. Ik zag dat [verdachte] heel zenuwachtig op mij overkwam. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat wat er in de doos zat, privé was. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , opende de witte doos en zag dat er meerdere, opgestapelde, vierkante blokken in zaten welke omwikkeld waren met bruine tape. Ik zag dat het tape van één van deze blokken was doorgesneden waardoor ik kon zien dat de inhoud bruin was. Ik herkende deze inhoud als mogelijke hasj, tevens rook ik een lichte geur welke mij bekend is als hennep/hasj. [22]
- de informatie uit de politiesystemen dat het voertuig waar verdachte in reed reeds meermalen in verband is gebracht met Opiumwet gerelateerde feiten,
- en de waarnemingen gedaan door verbalisanten [verbalisant 9] , [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , waaruit blijkt dat het voertuig van verdachte tezamen met een ander voertuig, dat eveneens in verband wordt gebracht met (onder andere) Opiumwet gerelateerde feiten, geparkeerd heeft gestaan op een parkeerterrein van een autobedrijf en vervolgens samen met dat voertuig op korte afstand van elkaar is weggereden,
5.5 BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;
- 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit;
- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en
- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
11.BESLISSING
9 maanden;