Partijen sloten in 2015 een franchiseovereenkomst voor vijf jaar waarbij franchisenemer het recht en de plicht kreeg de formule te exploiteren. De overeenkomst eindigde per 1 september 2020 na opzegging door franchisenemer.
Kort voor het einde plaatste franchisegever een advertentie voor een opvolgend ondernemer op de Facebookpagina van de formule, welke franchisenemer zonder toestemming verwijderde. Franchisegever blokkeerde daarop de toegang van franchisenemer tot de Facebookpagina en e-mailaccounts. Franchisenemer startte direct na afloop een eigen winkel volgens dezelfde formule in hetzelfde pand.
Franchisenemer vorderde schadevergoeding wegens reputatieschade door de advertentie en het blokkeren van toegang, maar de rechtbank oordeelde dat de advertentie geen schending van de overeenkomst of onrechtmatig handelen opleverde en dat schade niet was aangetoond. Franchisegever vorderde in reconventie contractuele boetes wegens schending van het non-concurrentiebeding, wat de rechtbank toewijst, maar de looptijd van het beding wordt beperkt tot zes maanden na afloop van de overeenkomst. De hoogte van de boetes wordt voorlopig aangehouden voor mogelijke matiging.
De rechtbank houdt de beslissing over de vorderingen aan en geeft partijen gelegenheid zich uit te laten over de matiging van de boetes. De zaak wordt aangehouden tot 14 juli 2021 voor verdere beslissing.