ECLI:NL:RBMNE:2021:2474

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 februari 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
UTR 21/126 rectificatie
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening bij buiten behandeling stelling bijstandsuitkering Participatiewet

De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van 11 januari 2021 waarbij de aanvraag van verzoeker om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet buiten behandeling is gesteld. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen dit primaire besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting, gehouden via beeldverbinding, zijn afspraken gemaakt waarbij verweerder aan verzoeker uiterlijk 5 februari 2021 een voorschot betaalt conform de geldende bijstandsnorm. Dit voorschot wordt doorbetaald tot het besluit op bezwaar bekend is. Verzoeker dient binnen twee weken verklaringen te overleggen over financiële ondersteuning door derden en verstrekt bankafschriften over een specifieke periode.

Verweerder krijgt toestemming om contact op te nemen met Cocon om de financiële situatie van verzoeker te verifiëren, inclusief informatie over schulden en aflossingen. Tevens wordt afgesproken dat verweerder binnen twee weken na ontvangst van de stukken beslist op het bezwaar. Verzoeker trekt het verzoek om voorlopige voorziening in, en verweerder vergoedt de proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: Verweerder betaalt voorschot bijstand en verzoeker trekt het verzoek om voorlopige voorziening in.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLANDZittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/126
RECTIFICATIE (pag. 2)
verkort proces-verbaal van het verhandelde ter zitting, gehouden via een beeldverbinding (Skype for Business) op 1 februari 2021
Zitting hebben:
mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, en
mr. A.E. van Gestel, griffier
In de zaak van:
[verzoeker], verzoeker,
(gemachtigde: mr. S. Ettalhaoui),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder, (gemachtigde: mr. S. van Marion).
Tevens heeft telefonisch aan de zitting deelgenomen dhr. [beoogd bewindvoerder] , de beoogd bewindvoerder van verzoeker.
De voorzieningenrechteropent het onderzoek ter zitting en stelt het verzoek om voorlopige voorziening aan de orde. Het verzoek heeft betrekking op het besluit van 11 januari 2021 (het primaire besluit), waarbij de aanvraag van verzoeker om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet buiten behandeling is gesteld. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar ingediend en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechterheeft partijen gevraagd wat hun belang in deze zaak is, om aan de hand daarvan een eventuele oplossing van het geschil te onderzoeken.

Partijen hebben hun belangen toegelicht.

Op de zitting hebben partijen de volgende afspraken gemaakt:
Verweerder betaalt aan verzoeker uiterlijk op vrijdag 5 februari 2021 een voorschot naar de voor hem geldende bijstandsnorm en continueert dit tot de bekendmaking van het besluit op bezwaar.
Verzoeker legt binnen twee weken na de datum van de zitting verklaringen over van de volgende personen waarin staat vermeld of zij verzoeker wel of niet financieel hebben ondersteund: mw. [A] , dhr. [B] , mw. [C] , dhr. [D] , dhr. [E] en dhr. [F] .
Eiser geeft via zijn gemachtigde toestemming aan verweerder om contact op te nemen met Cocon, zodat duidelijk wordt wat de financiële situatie van eiser is bij Cocon. Verweerder mag informeren naar de hoogte van de schuld. Ook mag verweerder informeren of er is afgelost op de schuld, en zo ja, door wie.
Verzoeker verstrekt binnen twee weken na de datum van de zitting aan verweerder bankafschriften betreffende de periode van 15 december 2020 tot en met 31 januari 2021.
Verweerder beslist uiterlijk twee weken nadat hij de gevraagde stukken van verzoeker heeft ontvangen op het bezwaar van verzoeker.
Verweerder vergoedt aan verzoeker de proceskosten ten bedrage van € 1.068,-(1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).
Verweerder vergoedt aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 49,-.
Verzoeker trekt zijn verzoek om voorlopige voorziening in.

De voorzieningenrechter sluit het onderzoek ter zitting.

Waarvan proces-verbaal,
de griffier is verhinderd is verhinderdde voorzieningenrechter
dit proces-verbaal te ondertekenen
mr. A.E. van Gestel mr. S.G.M. van Veen