ECLI:NL:RBMNE:2021:2558

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 juni 2021
Publicatiedatum
16 juni 2021
Zaaknummer
522174
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 WvggzArt. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 juni 2021 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1985, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof het verlenen van verplichte zorg op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro, vanwege een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een verslavingsstoornis die leiden tot ernstig nadeel.

Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege coronamaatregelen via Skype plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, de officier van justitie en een behandelaar gehoord. Uit het zorgplan en de medische verklaring bleek dat betrokkene baat heeft bij therapie en behandeling, maar dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De gevraagde zorg omvat onder meer medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen.

De rechtbank oordeelde dat de criteria voor verplichte zorg zijn vervuld: er is sprake van ernstig nadeel, geen minder bezwarende alternatieven zijn beschikbaar, en de zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden, tot en met 7 juni 2022. Tegen de beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/522174 / FV RK 21-1058
Externe referentie: [externe referentie]
Machtiging tot verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 7 juni 2021, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] (Ethiopië),
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. H. Cornelis.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 mei 2021, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring d.d. 10 mei 2021;
- de zorgkaart;
- het zorgplan;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur;
- de zelfbindingsverklaring en de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvggz;
- strafvorderlijke en justitiële gegevens;
- reclasseringsadvies d.d. 9 juni 2020;
- relevante politiegegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 juni 2021. Vanwege de Coronamaatregelen, heeft de mondelinge behandeling via Skype plaatsgevonden, conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door de advocaat;
- mevrouw V.A.S.E. Lantain, officier van justitie;
- mevrouw [A] , behandelaar.
1.3.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene, de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder en de officier van justitie verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro te mogen verlenen. Het gaat dan om:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
j. opnemen in een accommodatie.
2.2.
De officier van justitie verklaart dat het Openbaar Ministerie een vordering heeft ingediend voor herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor de duur van 365 dagen. Dit zal op 11 juni 2021 op een zitting van een meervoudige kamer in Arnhem worden behandeld. Wanneer de vordering van het OM wordt afgewezen, is een zorgmachtiging nodig om betrokkene op te kunnen nemen en te behandelen.
2.3.
De behandelaar vertelt dat er periodes zijn dat betrokkene manisch ontremd is en het hem minder goed lukt om zelfstandig beslissingen te nemen. Wanneer betrokkene goed in zijn vel zit, werkt hij wel goed mee. Binnen de zorgmachtiging kan het nodig zijn om de pinpas van betrokkene in te nemen, om te voorkomen dat betrokkene grote schulden maakt.
2.4.
De advocaat pleit voor toewijzing van het verzoek. Betrokkene heeft baat bij therapie en behandeling. Betrokkene wil de kans krijgen om verder te gaan met zijn leven.
2.5.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een middelengerelateerde of verslavingsstoornis.
2.6.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
2.7.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.8.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro.
2.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.10.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden, en geldt aldus tot en met 7 juni 2022.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] (Ethiopië), voor de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 lid 2 Wvggz Pro:
a. toedienen van vocht voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
j. opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juni 2022.
Deze beschikking is op 7 juni 2021 mondeling gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. L.M.F. Crijns als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 15 juni 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.