Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Verzoek en verweer
4.Beoordeling
5.Beslissing
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1995, wonende te [woonplaats] ;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek tot schadevergoeding van verzoekster tegen de Staat wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming en kosten van de cassatieprocedure. De rechtbank stelde vast dat de rechtbank Gelderland de wet niet in acht had genomen bij de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel, waardoor verzoekster recht had op schadevergoeding.
De schadevergoeding werd opgesplitst in twee periodes: 36 dagen vrijheidsbeneming zonder rechtsgeldige titel en 151 dagen met rechtsgeldige titel. Voor de eerste periode kende de rechtbank een dagvergoeding van €105 toe, voor de tweede €25 per dag, wat samen een bedrag van €7.555 opleverde.
Verzoekster vorderde daarnaast vergoeding van advocaatkosten van de feitelijke instantie en de cassatieadvocaat. De rechtbank wees deze kosten af omdat de kosten van de advocaat in feitelijke instantie als advieswerkzaamheden onder de toevoeging vielen en de kosten van de cassatieadvocaat nog niet waren gemaakt en onder de toevoeging vielen. De rechtbank verklaarde de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €7.555 schadevergoeding, advocaatkosten worden niet vergoed.