Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 juni 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verkeersongevalsanalyse van 31 maart 2020, opgemaakt door de politie Midden-Nederland/DRR/Forensische opsporingen, houdende een onderzoek naar het incident van 10 januari 2020, doorgenummerde pagina 50 tot en met 72 (van het proces-verbaal genummerd 2020011657);
- een geschrift zoals bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 4 Wetboek van Strafvordering, te weten een geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer 1] van 17 januari 2020, opgesteld door de arts van [slachtoffer 1] , doorgenummerde pagina 39 (van het proces-verbaal genummerd 2020011657);
- een geschrift zoals bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 4 Wetboek van Strafvordering, houdende een geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer 2] van 15 januari 2020, opgesteld door dr. S.T.W. van Haelst en dr. G.A.M. Govaert, chirurgen, doorgenummerde pagina 42 tot en met 44 (van het proces-verbaal genummerd 2020011657);
- een geschrift zoals bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5 Wetboek van Strafvordering, houdende een e-mailbericht van 1 juni 2021, opgesteld door [verbalisant] , politie Midden-Nederland, houdende informatie over de mentale en fysieke toestand van onder meer [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
werkstrafvan
160 uren;
proeftijdvan
twee jarenvast;
ontzegtverdachte ter zake van het bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van 12 maanden;
proeftijdvan
twee jarenvast;