ECLI:NL:RBMNE:2021:2587

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juni 2021
Publicatiedatum
17 juni 2021
Zaaknummer
C/16/522021 / KG ZA 21-279
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Reglement AmateurvoetbalParagraaf 1.12 Handboek competitiezaken amateurvoetbal
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelating Tweede-Exloërmondse Voetbalvereniging tot KNVB amateurcompetitie seizoen 21/22

TEVV, een voetbalvereniging uit Tweede Exloërmond, wil deelnemen aan het amateurvoetbalseizoen 2021/2022 van de KNVB. Na een conflict in 2016 ontstond een nieuwe vereniging waardoor TEVV veel leden verloor en geen toegang meer had tot het voetbalcomplex. TEVV vordert in kort geding toelating met één seniorenelftal, met 18 spelers en een toezegging van de gemeente voor toegang tot het complex.

De KNVB weigert toelating omdat TEVV niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden: minimaal 50 actieve leden en deelname met ten minste drie teams. TEVV beroept zich op een vermeende toezegging uit 2016 door een KNVB-verenigingsadviseur voor dispensatie, maar de KNVB betwist de bevoegdheid en het bestaan van deze toezegging.

De voorzieningenrechter oordeelt dat alleen het bestuur amateurvoetbal van de KNVB bevoegd is dispensatie te verlenen en dat TEVV niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de toezegging van de adviseur. Ook is onvoldoende aannemelijk dat dispensatie op grond van de aard van de vereniging redelijk is, mede vanwege het ontbreken van zicht op korte termijn op het voldoen aan toelatingscriteria.

Het algemene belang van een ordentelijk competitieverloop weegt zwaarder dan het belang van TEVV. De vordering wordt afgewezen en TEVV wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van TEVV tot toelating tot de KNVB amateurcompetitie seizoen 21/22 wordt afgewezen wegens niet voldoen aan toelatingsvoorwaarden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/522021 / KG ZA 21-279
Vonnis in kort geding van 2 juni 2021
in de zaak van
de vereniging
TWEEDE-EXLOËRMONDSE VOETBALVERENIGING,
mede h.o.d.n. T.E.V.V.,
gevestigd te 2e Exloërmond,
eiseres,
advocaat mr. R.M. van der Zwan te 's-Gravenhage,
tegen
de vereniging
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,
gevestigd te Zeist,
verweerster,
advocaat mr. M.B. Kerkhof te Amsterdam.
Partijen zullen hierna TEVV en KNVB genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 t/m 5
  • de aanvullende productie 6 van TEVV
  • de producties 1 t/m 5 van KNVB
  • de mondelinge behandeling, ter gelegenheid waarvan de KNVB vrijwillig is verschenen
  • de pleitnota van TEVV
  • de pleitnota van KNVB
1.2.
Daarna is vonnis bepaald op vandaag.
1.3.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 2 juni 2021 vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere uitwerking en is op 16 juni 2021 opgemaakt.

2.Waar gaat het over?

Kern

2.1.
TEVV wil het komend voetbalseizoen (21/22) weer deelnemen aan de amateur voetbalcompetitie van de KNVB. KNVB wil TEVV niet toelaten, omdat TEVV niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden.
Achtergrond
2.2.
TEVV is een voetbalvereniging uit Tweede Exloërmond en opgericht op 1 juli 1934. In 2016 is er een geschil ontstaan tussen een aantal bestuurders en sponsors van TEVV wat er toe heeft geleid dat er een nieuwe vereniging is opgericht, “De Treffer ’16”, en veel spelers van TEVV naar de nieuwe vereniging zijn overgestapt.
2.3.
Daardoor ontstonden er problemen rondom het voorbestaan van de club. De gemeente had TEVV daarnaast laten weten dat TEVV niet langer gebruik mocht maken van het voetbalcomplex, zodat TEVV niet langer toegang had tot de voetbalvelden. Er heeft daarop (medio 2016) een vergadering plaatsgevonden tussen het bestuur van TEVV en de KNVB. Namens de KNVB was de heer [A] (hierna: [A] ), verenigingsadviseur, aanwezig. Volgens TEVV heeft [A] toen namens de KNVB verklaard dat TEVV een slapende vereniging zou kunnen worden en dat als zij weer deel wil nemen aan de amateurcompetitie er dispensatie zou worden gegeven aan TEVV om dat met één elftal te doen. TEVV heeft ter onderbouwing daarvan de door haar opgestelde notulen en een zestal verklaringen van aanwezigen bij die vergadering overgelegd.
Geschil
2.4.
Vanaf om en nabij maart 2019 probeert TEVV van de KNVB toestemming te krijgen om weer te mogen deelnemen aan de amateurcompetitie. Er zijn daartoe diverse gesprekken geweest tussen de KNVB en het bestuur van TEVV, maar dit heeft er tot op heden niet toe geleid dat de KNVB TEVV weer heeft toegelaten met name omdat zij niet voldoende spelers en teams kan inschrijven.
2.5.
TEVV vordert daarom in dit kort geding alsnog toelating tot de amateurcompetitie voor het seizoen ’21/’22 met één senioren elftal. Zij stelt op dit moment 18 spelers en een trainer bereid te hebben gevonden om voor TEVV uit te komen en heeft daarnaast van de gemeente de toezegging gekregen weer toegang te krijgen tot het voetbalcomplex. TEVV gaat er vanuit dat zij op het moment dat zij groen licht krijgt van de KNVB het ledenbestand verder uit te kunnen bouwen, zodat zij met meer teams deel kan nemen aan de competitie en denkt daar zo’n vijf jaar voor nodig te hebben.

3.De beoordeling

Spoedeisend belang
3.1.
Het spoedeisend belang van TEVV bij haar vordering is de voorzieningenrechter voldoende gebleken, nu de inschrijftermijn voor nieuwe spelers voor het seizoen 21/22 afloopt op 15 juni 2021.
Toetsingskader
3.2.
Het gaat in deze zaak om het besluit van de KNVB om TEVV niet toe te laten tot de amateurvoetbalcompetitie voor het seizoen 21/22. Beoordeeld zal dan ook moeten worden of het aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de KNVB in redelijkheid niet tot dit besluit heeft kunnen komen. Uitgangspunt daarbij is dat het bestuur van de KNVB beleidsvrijheid heeft en dat de door haar genomen besluiten door de voorzieningenrechter slechts marginaal worden getoetst.
3.3.
Tussen partijen staat vast dat de reglementen van de KNVB in beginsel geen grondslag bieden voor toelating van TEVV aan de amateurcompetitie. Op grond van artikel 26 van Pro het Reglement Amateurvoetbal (RAV) in samenhang met paragraaf 1.12 van het Handboek competitiezaken amateurvoetbal, seizoen 2020/’21 (Handboek) moet een vereniging, die wil worden toegelaten tot de sectie amateurvoetbal aan een aantal toelatingsvoorwaarden voldoen. Zo moeten de statuten van de vereniging zijn goedgekeurd, er moet een waarborgsom van € 500,- worden betaald, er moet een speelterrein en kleedgelegenheid beschikbaar zijn die aan bepaalde vereisten voldoen en de vereniging moet ten minste 50 actieve leden hebben, die met tenminste drie teams, waaronder in ieder geval één seniorenteam, aan de competities van de KNVB gaan deelnemen. In lid 3 van art. 26 RAV Pro staat evenwel een dispensatiemogelijkheid opgenomen op grond waarvan het bestuur amateurvoetbal gemotiveerd kan besluiten een vereniging dispensatie te verlenen van de gestelde voorwaarden als de aard van de vereniging daartoe aanleiding geeft.
Toezegging uit 2016
3.4.
TEVV beroept zich primair op de toezegging die [A] in 2016 namens de KNVB zou hebben gedaan dat aan TEVV dispensatie zou worden verleend om deel te nemen aan de amateurcompetitie met één elftal.
3.5.
In de notulen waar TEVV naar verwijst staat het volgende opgenomen:
“ [A] geeft aan om dan met dispensatie van de KNVB weer met 1 elftal te kunnen en mogen beginnen. De KNVB ( [A] ) zegt begrip te hebben dat het voor TEVV moeilijk wordt om dan opnieuw aan de eisen van een nieuwe vereniging te kunnen voldoen. En bovendien blijven jullie als een “slapende vereniging” bestaan.”
3.6.
De KNVB betwist dat een bindende toezegging is gedaan. Volgens de KNVB was [A] niet bevoegd om een dispensatiebesluit te nemen, omdat hij geen lid was en is van het bestuur amateurvoetbal, het bevoegde gezag met betrekking tot dispensatiebesluiten. KNVB vindt het daarnaast ook onaannemelijk dat [A] een dergelijke toezegging zou hebben gedaan, omdat hij een ervaren verenigingsadviseur is en wist dat daarvoor een bestuursbesluit nodig was. KNVB wijst daarbij op de verklaring van [A] van 26 mei 2021 waarin [A] kort gezegd verklaard veel overleg te hebben gehad met TEVV over de ontstane situatie en de toekomst van TEVV, maar dat hij zich niet kan herinneren dat hij een dispensatiemogelijkheid zou hebben toegezegd en dit hem ook niet aannemelijk lijkt. Tot slot merkt KNVB op dat TEVV tot voor kort tegenover haar nooit een beroep op deze toezegging heeft gedaan en zij pas de notulen van de betreffende vergadering heeft ontvangen bij de aankondiging van het kort geding.
3.7.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Nog afgezien van de vraag of er inderdaad sprake is geweest van een door [A] gedane toezegging tot dispensatieverlening, geldt dat op grond van art. 26 lid Pro RAV alleen het bestuur amateurvoetbal van de KNVB bevoegd is om dispensatiebesluiten te verlenen. Tussen partijen is niet in geschil dat [A] geen lid was en is van het bestuur amateurvoetbal van de KNVB. TEVV had er dan ook niet zomaar gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat [A] als verenigingsadviseur een dergelijke toezegging kon doen. Dit zou anders kunnen zijn wanneer de KNVB de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [A] heeft gewekt tegenover TEVV, en dat TEVV er in de gegeven omstandigheden op mocht vertrouwen dat [A] bevoegd was het bestuur amateurvoetbal van de KNVB te vertegenwoordigen. TEVV heeft niet gesteld en het is de voorzieningenrechter ook niet gebleken dat het bestuur amateurvoetbal van de KNVB op enige wijze die schijn tegenover TEVV heeft gewekt. Reeds hierom strandt het beroep van TEVV op de vermeende toezegging.
Dispensatiemogelijkheid
3.8.
TEVV doet daarnaast rechtstreeks een beroep op de dispensatiemogelijkheid uit art. 26 lid 3 RAV Pro jo art. 1.12 lid 6 Toelatingsvoorwaarden. Volgens TEVV geeft de voorgeschiedenis (zie r.o. 2.2 en 2.3) alsmede de aard van vereniging er aanleiding toe om van de mogelijkheid tot dispensatieverlening gebruik te maken.
3.9.
Volgens de KNVB is dispensatieverlening evenwel onredelijk en onaanvaardbaar, omdat TEVV qua minimum aantal actieve leden en minimum aantal teams bij lange na niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De achtergrond van de toelatingsvoorwaarden is kort gezegd de bevordering van een ordelijk en eerlijk verloop van de competities en het minder kwetsbaar maken van met name de continuïteit van een vereniging. Dispensatie wordt niet snel toegestaan en alleen als er zicht is dat er op korte termijn (binnen een seizoen) alsnog aan de toelatingsvereisten wordt voldaan. Daarvan is bij TEVV geen sprake volgens de KNVB. Zij verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar het door TEVV ingediende beleidsplan waar TEVV schrijft dat zij hoopt in een periode van vijf jaar door te groeien naar een vereniging van 50 actieve leden en dat er de eerste jaren ook geen voldoende speelvelden aanwezig zijn om met drie teams aan de competitie deel te nemen.
3.10.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in het kader van deze kort geding procedure onvoldoende is gebleken dat het besluit van de KNVB om TEVV geen dispensatie te verlenen naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
3.11.
KNVB heeft onbetwist gesteld dat de ratio achter de toelatingsvoorwaarden is om een ordelijk verloop van de competitie te bevorderen en om er voor te zorgen dat de verenigingen sterk en toekomstbestendig zijn. Als wedstrijden niet tijdig of helemaal niet meer gespeeld kunnen worden vanwege het uitvallen van actieve leden, dan beïnvloedt dit volgens de KNVB de competitie voor alle deelnemers op een negatieve manier en brengt dit ongewenste onzekerheid mee gedurende het seizoen. Daartegenover staat het belang van TEVV dat zij vanwege de grote onrust, die de gang van zaken in het verleden heeft veroorzaakt in het dorp in alle rust wil bouwen aan een vereniging en juist daarom geen agressieve ledenwervingsmethodes wil inzetten. Vast staat dat TEVV met 18 spelers, die zoals ter zitting is gebleken tot op heden nog geen actieve leden zijn van TEVV, bij lange na niet voldoet aan het minimumvereiste van 50 actieve leden. Ook heeft zij slechts één team, in plaats van de vereiste drie en zijn er in ieder geval de komende jaren onvoldoende speelvelden beschikbaar voor drie teams. Er is dus geen uitzicht dat TEVV op korte termijn alsnog aan de vereiste toelatingsvoorwaarden voldoet. Hoe zeer de voorzieningenrechter het belang en de situatie waarin TEVV zich bevindt ook begrijpt, het belang van TEVV weegt evenwel niet op tegen het algemene, overkoepelende belang van de KNVB om voor alle aan de competitie deelnemende voetbalverenigingen een zo ordelijk mogelijk competitieverloop te bewerkstelligen.
Tot slot
3.12.
De vorderingen van TEVV zullen gelet op het bovenstaande worden afgewezen.
Proceskosten
3.13.
TEVV wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan de kant van KNVB worden deze kosten tot op heden begroot op € 656,- aan griffierecht en € 1.016,- aan advocaatkosten.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen af,
4.2.
veroordeelt TEVV in de proceskosten, aan de zijde van KNVB tot op heden begroot op € 1.672,00,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Killian en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2021 in tegenwoordigheid van mr. C.E.M. Roeleveld als griffier. [1]

Voetnoten

1.type: CR (4529)