ECLI:NL:RBMNE:2021:2595
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende motivering terugvordering
Eiser ontving in 2019 voorschotten kinderopvangtoeslag en kreeg in juli 2020 een definitieve berekening waarbij een terugvordering van €1.444,- werd vastgesteld. Eiser maakte bezwaar tegen de berekening, omdat de transitievergoeding van zijn partner ten onrechte als inkomensbestanddeel was meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitging van het gezamenlijke toetsingsinkomen inclusief de transitievergoeding, omdat de wet uitgaat van het jaarinkomen zoals geregistreerd. Er is geen ruimte om inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten bij de berekening.
De terugvordering is volgens de rechtbank terecht en er zijn geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen. Wel is het besluit onvoldoende gemotiveerd omdat de belangenafweging pas in het verweerschrift is gemaakt. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan na een zitting waarbij eiser aanvankelijk niet verscheen, maar later wel aanwezig was.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, met behoud van rechtsgevolgen.