ECLI:NL:RBMNE:2021:2652
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorwaarden pgb bij onvoorziene omstandigheden wegens onevenredige belasting
Eiser, met een verstandelijke beperking en autisme, kreeg zijn persoonsgebonden budget (pgb) beëindigd wegens vermeende onvoldoende kwaliteit van zorg. Na bezwaar werd het pgb hersteld met voorwaarden zoals professionele thuisbegeleiding, verplichte consulten bij een VG-arts en dagbesteding.
Eiser accepteerde de noodzaak van deze zorg, maar betwistte dat het niet voldoen aan deze voorwaarden, ook bij onvoorziene omstandigheden zoals Covid-19, direct tot intrekking van het pgb mag leiden. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden als absolute resultaatsverplichting onevenredig zijn en in strijd met het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank stelde dat bij onvoorziene omstandigheden het initiatief bij eiser ligt om in overleg te treden met verweerder en naar oplossingen te zoeken. De opgelegde voorwaarden gelden daarom slechts als een inspanningsplicht. Het primaire besluit tot beëindiging van het pgb werd herroepen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De opgelegde voorwaarden aan het pgb gelden slechts als inspanningsplicht en niet als absolute resultaatsverplichting, waardoor het pgb niet kan worden ingetrokken bij onvoorziene omstandigheden.