Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 28 april 2021;
- de akte uitlating van [eiser] .
2.De verdere beoordeling
€ 2.850,00 zijnde de waarborgsom.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak stond een geschil omtrent de huur van een bedrijfsruimte centraal, waarbij eiser een huurvermindering vorderde vanwege lekkages en stelde dat de verhuurder niet aan zijn onderhoudsverplichtingen had voldaan. De verhuurder betwistte de vordering en stelde dat de sleutels correct waren overgedragen en dat de gevorderde herstelkosten niet toewijsbaar waren.
Na een tussenvonnis waarin eiser de gelegenheid kreeg nader bewijs te leveren over de sleuteloverdracht, zag eiser hiervan af, waardoor niet vaststond dat de verhuurder onjuiste sleutels had overhandigd. Hierdoor werden de vorderingen voor vervanging van het slot en overige herstelkosten afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de verhuurder tot betaling van een gematigde huur over mei tot en met juli 2020, vermeerderd met wettelijke rente, en veroordeelde eiser tot terugbetaling van huurvermindering over februari tot en met april 2021 en de waarborgsom. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij beide partijen hun eigen kosten dragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De verhuurder is veroordeeld tot betaling van gematigde huur met rente, eiser tot terugbetaling van huurvermindering en waarborgsom, en proceskosten worden gecompenseerd.