ECLI:NL:RBMNE:2021:2662
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering zonder nieuwe feiten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zijn Ziektewet-uitkering per 6 januari 2017 te beëindigen. Eerder was in een procedure vastgesteld dat het besluit van 5 december 2016 rechtsgeldig was en dat het bezwaar van eiser ongegrond was. Eiser verzocht om herbeoordeling, maar verweerder handhaafde het besluit omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
Eiser stelde dat verweerder onterecht alleen op nieuwe feiten had getoetst en dat een arbeidsdeskundig onderzoek had moeten plaatsvinden om te beoordelen of het besluit evident onredelijk was. Hij voerde aan dat zijn opleidingsniveau lager is dan aangenomen, waardoor de geduide functie niet passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van evident onredelijkheid niet aan verweerder toekomt, maar aan de bestuursrechter. De rechtbank stelde dat het beroep niet slaagt omdat er geen nieuwe feiten zijn en het niet gaat om een evident onredelijk besluit. De rechtbank gaat niet inhoudelijk in op de juistheid van het opleidingsniveau.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Visser en griffier Koeman op 21 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.