ECLI:NL:RBMNE:2021:2681
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare reden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Het besluit waartegen bezwaar werd gemaakt is op 12 november 2020 bekendgemaakt, waardoor het bezwaarschrift uiterlijk op 24 december 2020 ontvangen had moeten zijn. Het bezwaarschrift werd echter pas op 29 december 2020 ontvangen.
Eiser stelde dat de Covid-19 maatregelen het inschakelen van een advocaat bemoeilijkten en verweerder onbereikbaar was, maar de rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen verschoonbare termijnoverschrijding opleveren. Advocatenkantoren waren bereikbaar en eiser had telefonisch of digitaal contact kunnen opnemen. Tevens had eiser een pro forma bezwaarschrift kunnen indienen om de termijn te waarborgen.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend zonder geldige reden.