ECLI:NL:RBMNE:2021:2686
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over geldleningen en facturen inzake begeleiding hulpbehoevende zoon
Eiser vordert betaling van een geldsom van gedaagde, stellende dat hij bedragen aan haar heeft voorgeschoten als geldleningen in afwachting van vergoeding door een derde partij. Gedaagde voert verweer en stelt dat de betalingen betrekking hebben op begeleiding van de hulpbehoevende zoon van eiser en dat zij een tegenvordering heeft wegens onbetaalde facturen.
De kantonrechter onderzoekt de aard van de betalingen en concludeert dat eiser niet heeft bewezen dat het om geldleningen of voorschotten gaat. De overgelegde stukken zijn onvoldoende en onduidelijk over de afspraken tussen partijen. Ook de tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en ontbreken van een vaststaande prijsafspraak.
Gezien de onduidelijke en weinig transparante procesvoering tussen partijen compenseert de kantonrechter de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De vorderingen worden derhalve afgewezen en het vonnis wordt gewezen door kantonrechter A.S. Penders op 30 juni 2021.
Uitkomst: De vorderingen van eiser en gedaagde worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.