ECLI:NL:RBMNE:2021:2695
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag dak- en thuisloze wegens onvoldoende bewijs verblijfsplaatsen
Eiseres heeft op 27 februari 2017 een aanvraag voor bijstand als dak- en thuisloze ingediend, welke op 12 april 2017 is afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort. Tevens werd een voorschot van €350,- teruggevorderd. Na bezwaar en eerdere uitspraak van de rechtbank die de beroepen gegrond verklaarde, heeft verweerder in een nieuw besluit de bezwaren ongegrond verklaard.
Eiseres stelde dat zij niet correct is gehoord in bezwaar en dat zij alle benodigde informatie had verstrekt, maar door de bewijsopdracht onevenredig werd getroffen. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke hoorzitting vanwege corona een voldoende waarborg bood en dat eiseres geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zich te laten horen.
Verder bleek uit het dossier dat eiseres tijdens het gesprek slechts beperkte informatie over haar verblijfplaatsen gaf en weigerde te vertellen waar haar spullen waren achtergelaten. Hierdoor waren de opgegeven verblijfsplaatsen niet controleerbaar, wat het recht op bijstand als dak- en thuisloze niet kon vaststellen. De terugvordering van het voorschot was daarmee terecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 25 juni 2021 door rechter S.G.M. van Veen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar bijstandsaanvraag als dak- en thuisloze is ongegrond verklaard.