Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2], te [woonplaats] , (de vergunninghouders)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum om een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van een schuur en het vervangen van het dak op een perceel met bestemming 'Wonen'. Eiseres betoogt dat de schuur niet gelegaliseerd kan worden omdat deze hoort bij een bedrijfsgebouw met een andere bestemming en zij geluidsoverlast ervaart.
De rechtbank oordeelt dat de schuur functioneel verbonden is met het hoofdgebouw, een woning, en gebruikt wordt voor opslag van persoonlijke spullen. De schuur staat op hetzelfde kadastrale perceel als de woning en het bedrijfsgebouw, maar is niet in gebruik voor bedrijfsactiviteiten. De vermeende bedrijfsmatige activiteiten zijn onvoldoende concreet onderbouwd en niet vastgesteld door toezichthouders.
Verder is vastgesteld dat het geldende afwijkingenbeleid ten tijde van de vergunningverlening niet meer van kracht was, zodat toetsing daaraan niet vereist was. De rechtbank volgt het college in de afweging dat de vergunningverlening in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat de belangen zorgvuldig zijn afgewogen.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries en griffier J.P. Brand op 21 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het legaliseren van de schuur wordt ongegrond verklaard.