Eisers ontvingen bijstand volgens de jongerennorm voor alleenstaanden onder de 21 jaar op grond van de Participatiewet. Zij vroegen bijzondere bijstand aan omdat zij meenden dat hun noodzakelijke kosten het bijstandsniveau overstegen en dat hun ouders niet konden bijdragen vanwege een laag inkomen.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet voldoende bewijs hebben geleverd van hun noodzakelijke kosten die boven de bijstandsnorm uitgaan. Daarnaast bleek uit het dossier dat hun ouders wel degelijk een groot deel van de kosten betaalden en niet onder het bijstandsniveau leefden. Eisers konden daarom wel een beroep doen op hun ouders.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat verweerder de onderzoeksplicht niet had geschonden. Ook werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 17 juni 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.