In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om het voorschot huurtoeslag voor 2020 vast te stellen op €4.386,-. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
Eiser stelde dat hij geen huurtoeslag had aangevraagd en vermoedde identiteitsfraude, mogelijk door een voormalig huisgenoot die zijn DigiD gebruikte. Ter onderbouwing overhandigde eiser diverse documenten. Verweerder erkende dat de besluitvorming niet zorgvuldig was en stelde voor nader onderzoek te doen, waarbij het bestreden besluit zou worden vernietigd.
De rechtbank oordeelde dat de stukken voldoende aannemelijk maken dat sprake is van identiteitsfraude. Daarom verklaarde zij het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser gehoord wordt en aanvullend bewijs kan overleggen.
Daarnaast werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €48,- aan eiser te vergoeden. De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 juni 2021 en openbaar gepubliceerd.