ECLI:NL:RBMNE:2021:2796
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering studentreisproduct wegens meerinkomen 2016
Eiser ontving studiefinanciering en een studentenreisproduct voor zijn HBO-opleiding en stopte de reisvoorziening in augustus 2016. Verweerder stelde vast dat eiser in 2016 € 1.664,23 te veel had verdiend, wat leidde tot een terugvordering van € 797,28 voor acht maanden studentenreisproduct.
Eiser betwistte de terugvordering met het argument dat het te laat was, hij de OV-kaart nauwelijks gebruikte en niet op de hoogte was van de bijverdienregels. De rechtbank overwoog dat de Wet studiefinanciering 2000 duidelijk voorschrijft dat bij meerinkomen boven de grens een terugvordering volgt, en dat verweerder eiser voldoende heeft geïnformeerd over deze regels.
De berekening van het terug te vorderen bedrag is gebaseerd op de wettelijke waarde per maand van het studentenreisproduct en het aantal maanden dat eiser de voorziening had. De rechtbank vond geen onduidelijkheid in de communicatie en oordeelde dat de late bekendmaking van het meerinkomen geen onrechtmatigheid oplevert. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van € 797,28 wegens meerinkomen in 2016 is ongegrond verklaard.