Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ).
sole or decisive’bewijs dient te worden beschouwd. Voor de beoordeling hiervan is van doorslaggevend belang in hoeverre de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] steun vindt in andere bewijsmiddelen. Daarbij dient dat steunbewijs betrekking te hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. Of dat steunbewijs aanwezig is, wordt mede bepaald door het gewicht van het steunbewijs in het licht van de bewijsvoering als geheel. De rechtbank overweegt dat de verklaring van [medeverdachte 1] op belangrijke punten door meerdere bewijsmiddelen wordt ondersteund. De rechtbank wijst daarbij op de verklaring van aangever, de telecomgegevens, de WhatsApp-berichten tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , het tapgesprek tussen verdachte en zijn neef, de camerabeelden en de aangetroffen jas van verdachte.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
4 (vier) jaren;