Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 11 december 2020. Het UWV heeft op 8 april 2021 aangegeven het besluit in te trekken en op 29 maart 2021 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarmee aan het verzoek van verzoekster werd voldaan.
Nadat verzoekster het beroep had ingetrokken, verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten. Het UWV gaf aan geen bezwaar te hebben tegen vergoeding van het griffierecht en de kosten voor het indienen van het beroepschrift.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de proceskosten van verzoekster moet vergoeden, vastgesteld op €534,- voor het indienen van het beroepschrift, en dat het griffierecht eveneens door het UWV moet worden betaald. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten aan verzoekster.