ECLI:NL:RBMNE:2021:2848
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep zorg- en huurtoeslag 2019
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de definitieve berekening van de zorg- en huurtoeslag over 2019 door de Belastingdienst. Na een primair besluit en een bestreden besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank. Vervolgens herzag de Belastingdienst de toeslagberekening in het voordeel van verzoeker, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek tot proceskostenveroordeling. Gelet op de tegemoetkoming van de Belastingdienst acht de rechtbank het verzoek kennelijk gegrond en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten ad € 534,-, gelijk aan één punt voor het indienen van het beroepschrift.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de Belastingdienst op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb verplicht is het betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot de Belastingdienst moet wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange en griffier S. Westerhof op 28 mei 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 534,-.