ECLI:NL:RBMNE:2021:2850
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bezwaar huurtoeslag 2019
Verzoekster diende een verzoek in bij de Belastingdienst om bij de vaststelling van de huurtoeslag over 2019 rekening te houden met een bijzondere situatie. Dit verzoek werd op 18 september 2020 afgewezen. Vervolgens verklaarde de Belastingdienst het bezwaar van verzoekster op 1 december 2020 ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Op 11 mei 2021 trok de Belastingdienst het bestreden besluit in en verklaarde het bezwaar gegrond, waarbij rekening werd gehouden met de bijzondere situatie. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank om de Belastingdienst te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst aan het beroep tegemoet was gekomen en kende verzoekster proceskosten toe van € 534,-, zijnde één punt conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Belastingdienst verplicht is het griffierecht van € 49,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot de Belastingdienst moet wenden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van € 534,- aan proceskosten.