ECLI:NL:RBMNE:2021:2851
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake openbaarmaking Wob-stukken
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot openbaarmaking van documenten die horen bij een Individueel Ambtsbericht, op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Na afwijzing van het primaire besluit en het bezwaar, heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om onmiddellijke openbaarmaking.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van griffierecht. Vervolgens is overwogen dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed en dat openbaarmaking een onomkeerbaar karakter heeft, waardoor een dergelijke voorziening slechts in uitzonderlijke gevallen wordt toegewezen.
Verzoeker heeft een persoonlijk belang bij openbaarmaking in verband met een asielprocedure, en stelt ook een algemeen belang bij controle op de overheid. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat dit geen zwaarwegend spoedeisend belang oplevert dat onmiddellijke openbaarmaking rechtvaardigt.
Ook is niet duidelijk dat het bestreden besluit onrechtmatig is, aangezien het slechts ziet op het niet in behandeling nemen van het Wob-verzoek. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot openbaarmaking van Wob-stukken wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.