ECLI:NL:RBMNE:2021:2866

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
5 juli 2021
Zaaknummer
21/987
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 26 Invorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechter verklaart zich onbevoegd in geschil over kwijtschelding belastingaanslag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot kwijtschelding van een belastingaanslag door het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De invorderingsambtenaar had het verzoek afgewezen en het bestuur handhaafde deze beslissing in een bestreden uitspraak. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak geen beroep mogelijk is tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, behalve voor enkele uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn.

De bestreden uitspraak is genomen op grond van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, waardoor de bestuursrechter niet bevoegd is om over het geschil te oordelen. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat de zaak duidelijk is en geen twijfel aan het eindoordeel bestaat. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om op het beroep te beslissen en wijst erop dat eiseres alleen bij de burgerlijke rechter een vordering kan instellen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier C.L. Fix op 2 juli 2021.

Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/987

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: A.M. Schotte),
en
het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van verweerder van 16 januari 2021 op haar administratief beroep (de bestreden uitspraak).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zij vindt dat dat niet nodig is. De rechtbank kan dat doen als de zaak zo duidelijk vindt dat niet kan worden getwijfeld aan het eindoordeel. De rechtbank legt hierna uit waarom zij vindt dat dat hier het geval is.
2. Eiseres heeft de invorderingsambtenaar verzocht om kwijtschelding van de aan haar opgelegde aanslag door BghU met aanslagnummer [nummer] . De invorderingsambtenaar heeft in het besluit van 29 februari 2020 het kwijtscheldingsverzoek afgewezen. Met de bestreden uitspraak van 16 januari 2021 heeft verweerder het door eiseres ingestelde administratieve beroep afgewezen.
3. Op grond van artikel 8:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan geen beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter tegen besluiten, genomen op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a.
4. De bestreden uitspraak is genomen op grond van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Tegen deze besluiten kan dan ook geen beroep worden ingesteld. De bestuursrechter is dan ook niet bevoegd om te beslissen over het onderhavige geschil. Eiseres kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter instellen.
5. Gelet op het voorgaande is de bestuursrechter van de rechtbank kennelijk onbevoegd om op het beroep van eiser te beslissen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De bestuursrechter van de rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L. Fix, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.