ECLI:NL:RBMNE:2021:2879
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na onvoldoende onderbouwing verkoopprijs door belastingdienst
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar woning aan een adres te [woonplaats], vastgesteld op €324.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaafde de waarde, onderbouwd met een matrix van referentiewoningen. Eiseres overhandigde een taxatierapport met een lagere waarde van €300.000,-.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de verkoopprijzen van referentieobjecten waren teruggebracht naar de waardepeildatum, ondanks herhaald verzoek daartoe door eiseres. De enkele mededeling dat geen indexeringspercentage werd gehanteerd, volstond niet. Hierdoor was de vastgestelde waarde onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde zelf de waarde van de woning vast op €320.000,-. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht, proceskosten en taxatiekosten van eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M.H. van Ek op 29 juni 2021.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en stelt de WOZ-waarde vast op €320.000,-.