ECLI:NL:RBMNE:2021:2892

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
6 juli 2021
Zaaknummer
UTR 21/2569-1
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.5 Wet natuurbeschermingArt. 3.10 Wet natuurbeschermingArt. 3.18 Wet natuurbeschermingArt. 1.11 Wet natuurbescherming
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen vangen konikpaarden in Oostvaardersplassen

Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer (Stamina) verzocht de voorzieningenrechter om gedeputeerde staten te gelasten het gevangen houden van konikpaarden in de Oostvaardersplassen als voorlopige voorziening te verbieden. Staatsbosbeheer had 200 konikpaarden gevangen en wilde deze naar de slacht brengen. De voorzieningenrechter oordeelde dat konikpaarden in het wild leven zolang zij niet gevangen zijn, maar dat zij geen beschermde soort zijn onder de Wet natuurbescherming. Het verbod op het vangen of doden van beschermde soorten geldt niet voor konikpaarden, en zij staan ook niet op de lijst van overige beschermde soorten. Er is geen wettelijke grondslag om het vangen te verbieden en gedeputeerde staten zijn niet bevoegd om handhavend op te treden tegen Staatsbosbeheer. De rechter volgt hiermee de keuze van de wetgever om konikpaarden geen wettelijke bescherming te geven. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het vangen van konikpaarden wordt afgewezen omdat zij niet wettelijk beschermd zijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/2569-1
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juni 2021 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer(Stamina), gevestigd in Doorn, verzoekster
en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder

(gemachtigde: mr. E.C.M. Schippers en mr. T. Brouwer).
Verder heeft als partij aan het geding deelgenomen:
Staatsbosbeheer, gevestigd in Amersfoort
(gemachtigden: mr. A.J. Durville en mr. M. van Egmond).

Inleiding

Staatsbosbeheer heeft 200 konikpaarden uit de Oostvaardersplassen in een vangweide laten lopen en wil deze na het weekend naar de slacht brengen. Stamina wil dat voorkomen en heeft de voorzieningenrechter gevraagd om gedeputeerde staten te gelasten het gevangen houden van de konikpaarden als voorlopige voorziening te verbieden.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 23 juni 2021. Stamina heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en [B] . Gedeputeerde staten en Staatsbosbeheer hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter direct uitspraak gedaan.
Het verzoek om een voorlopige voorziening heeft ook betrekking op de heckrunderen in de Oostvaardersplassen, die vanaf 1 augustus afgeschoten mogen worden op basis van een opdracht die gedeputeerde staten aan Staatsbosbeheer hebben gegeven. De uitspraak op dat deel van het verzoek volgt over uiterlijk twee weken.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, voor zover dat ziet op de konikpaarden.

Overwegingen

1. Als de konikpaarden worden gevangen zijn ze geen in het wild levende dieren meer. Ze komen dan onder de structurele beschikkingsmacht van Staatsbosbeheer. De konikpaarden worden dan ‘gehouden dieren’ in de zin van de Wet dieren. Zaken over de Wet dieren worden niet behandeld door (de voorzieningenrechter van) de rechtbank, maar door (de voorzieningenrechter van) het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Stamina heeft echter nadrukkelijk aangegeven dat het haar gaat om het moment vóór het vangen van de konikpaarden. Volgens haar is dan de Wet natuurbescherming van toepassing. Zij wenst hierover een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank.
2. De voorzieningenrechter kan ten aanzien van de konikpaarden alleen een voorlopige voorziening treffen als een overtreding van de Wet natuurbescherming dreigt.
3. De voorzieningenrechter is het met Stamina eens dat de konikpaarden in de Oostvaardersplassen in het wild leven: zolang ze niet in de vangweide zijn vallen ze niet onder de beschikkingsmacht van de eigenaar. Dat betekent echter nog niet dat de wet hen beschermt. Konikpaarden zijn geen in het wild levende soorten uit de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn die op grond van de Wet natuurbescherming worden beschermd. Het in artikel 3.5 van de wet opgenomen verbod om beschermde soorten te doden of te vangen geldt daarom niet voor hen. Volgens Stamina moeten de konikpaarden onder de bescherming van overige soorten uit artikel 3.10 van de wet vallen. Bij die bepaling horen lijsten met diersoorten, maar daar staat het konikpaard niet op. Ook die wettelijke bescherming geldt dus niet. In de Wet natuurbescherming en ook in andere wetten staat geen verbod om konikpaarden te vangen. Daar is ook geen opdracht voor nodig in de zin van artikel 3.18 van de wet. De voorzieningenrechter oordeelt dat het vangen van konikpaarden ook niet in strijd is met de algemene zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming.
4. De conclusie is dan ook dat het vangen van konikpaarden niet is gereguleerd in de Wet natuurbescherming of in een andere bestuursrechtelijke regeling. Dat betekent dat gedeputeerde staten niet bevoegd zijn om handhavend op te treden tegen Staatsbosbeheer. Of het vangen van de paarden moet worden aangemerkt als populatiebeheer is zonder overtreding niet meer relevant. Kortom: de wetgever heeft ervoor gekozen om konikpaarden geen wettelijke bescherming te geven. De rechter heeft zich aan die keuze te houden. Hoewel de Oostvaardersplassen een uniek gebied is, is dat geen reden om te zeggen dat de rechter buiten de wetgever om bescherming moet bieden aan het konikpaard.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
23 juni 2021.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.