ECLI:NL:RBMNE:2021:2901
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening verlenging rij-instructeurscertificaat toegewezen ondanks verlopen geldigheid
Verzoeker, eigenaar van een rijschool, had zijn rij-instructeurscertificaat laten verlopen op 13 december 2020 doordat hij het laatste dagdeel van een verplichte cursus pas op 18 december 2020 volgde. Verweerder wees het verzoek om verlenging van het certificaat af, omdat volgens het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 (Brm 2009) alle dagdelen vóór het verlopen van het certificaat gevolgd moeten zijn. Verzoeker stelde dat hij niet op de hoogte was van deze wijziging en dat het besluit tot afwijzing onzorgvuldig was genomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit niet in deze spoedprocedure kan plaatsvinden en onthield zich van een inhoudelijk oordeel. Wel werd het spoedeisende belang van verzoeker erkend, omdat het vervallen certificaat grote financiële en persoonlijke gevolgen had. De belangenafweging leidde ertoe dat het belang van verzoeker zwaarder woog dan het belang van verweerder bij strikte naleving van de bijscholingsregels.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, zodat verzoeker tot de uitspraak in de hoofdzaak mocht blijven lesgeven alsof zijn certificaat geldig was. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot verlenging van het rij-instructeurscertificaat wordt toegewezen, zodat verzoeker tot uitspraak in de hoofdzaak mag lesgeven.