ECLI:NL:RBMNE:2021:2925
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met grote kavel in buitengebied
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning met garage en carport, gelegen op een kavel van 3.315 m2, voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op € 526.000 en onderbouwd met een taxatiematrix en vergelijkbare referentiewoningen en grondtransacties.
De rechtbank beoordeelt of de vastgestelde waarde niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer, zoals voorgeschreven in de Wet WOZ. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met vergelijkingsobjecten in de omgeving en heeft rekening gehouden met verschillen in bouwkundige staat en grondbestemming. Eiser heeft diverse bezwaren ingebracht, waaronder het niet inpandig opnemen van de woning, de waardering van de grond en de invloed van een nabijgelegen fruitboomgaard.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was tot een inpandige opname en dat de gebruikte informatie en foto's voldoende representatief zijn. De waardering van de grond is volgens verweerder correct toegepast, waarbij onderscheid is gemaakt tussen bouwgrond en natuurgrond. De transacties van bouwpercelen uit 2015 en 2016 ondersteunen de vastgestelde waarde, zelfs na indexatie.
Ten aanzien van de nabijheid van fruitboomgaarden stelt de rechtbank vast dat vergelijkbare referentiewoningen ook in dergelijke omgevingen liggen en dat eisers keuze om geen bomensingel te plaatsen niet relevant is voor de waardering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 526.000 wordt ongegrond verklaard.