Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2021 de zaak tussen
[eiseres] en [eiser] , eisers te [woonplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers maakten bezwaar tegen de WOZ-waarde van hun woning, oorspronkelijk vastgesteld op €596.000, en bepleitten een lagere waarde van €496.000. Verweerder had de waarde na bezwaar herzien naar €561.000, maar stelde in beroep een verdere verlaging voor naar €541.000.
De rechtbank beoordeelde de waarde op basis van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen uit dezelfde wijk, rekening houdend met ligging, staat van onderhoud en gebruiksoppervlakte. Eisers voerden aan dat de ligging nadelig was, dat de woning niet inpandig was opgenomen, dat de staat van onderhoud slechter was en dat de gebruiksoppervlakte kleiner was dan vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €541.000 niet te hoog was vastgesteld. De bezwaren van eisers werden niet onderbouwd met objectieve gegevens en konden de waardebepaling niet aantasten.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de WOZ-waarde vastgesteld op €541.000. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eisers te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €541.000 per 1 januari 2018.