Eiser is eigenaar van een onroerende zaak met een oppervlakte van 291 m2 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €195.000 voor het belastingjaar 2018. Verweerder heeft de waarde bepaald op basis van systematische vergelijking met drie vergelijkbare bouwkavels, rekening houdend met verschillen in transactiedatum, locatie en kaveloppervlakte. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan de bewijslast heeft voldaan en de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser stelt dat de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing gebouwd dubbel worden geheven omdat hij deze ook in een andere gemeente heeft betaald. De rechtbank stelt vast dat eiser belastingplichtig is voor de onroerendezaakbelasting in de gemeente waar de onroerende zaak is gelegen en dat de aanslag terecht is opgelegd. De aanslag watersysteemheffing gebouwd wordt echter onterecht aan eiser opgelegd en wordt vernietigd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aanslag watersysteemheffing gebouwd, handhaaft de WOZ-waarde en draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.