Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
20/2163 t/m 20/2170, 20/2172 t/m 20/2176, 20/2178 t/m 20/2187, 20/2189 t/m 20/2202, 20/2204 t/m 20/2212, 20/2214 t/m 20/2259, 20/2261 t/m 20/2291
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, eigenaar van een kantoorpand dat wordt omgebouwd tot 124 appartementen, maakte bezwaar tegen de WOZ-waardes van de afzonderlijke appartementen. Verweerder vernietigde de aanslagen omdat de objectafbakening onjuist was en het pand als één samenstel moest worden gezien.
De rechtbank beoordeelde of de appartementen als zelfstandige onroerende zaken konden worden aangemerkt. Hoewel de appartementen fysiek deels waren afgebakend en huisnummers hadden, waren zij op de peildatum nog in aanbouw en niet bewoonbaar. De verbouwing was gefaseerd en niet volledig afgerond.
De rechtbank concludeerde dat de gedeelten bij eiseres in gebruik waren voor één organisatorisch doel, namelijk de transformatie tot verhuurbare appartementen. Daarom vormden zij een samenstel en dus één onroerende zaak volgens artikel 16 onder Pro d van de Wet WOZ.
De vernietiging van de WOZ-beschikkingen door verweerder was terecht. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vernietiging van de WOZ-beschikkingen wordt ongegrond verklaard.