ECLI:NL:RBMNE:2021:2937
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Huizen voor belastingjaar 2020
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een drive-in rijwoning in Huizen, vastgesteld op €375.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2020. De eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €345.000,- voor. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Huizen, handhaaft de waarde en heeft een taxatierapport en taxatiematrix overgelegd.
In de bezwaarprocedure heeft verweerder een informatiebeschikking genomen omdat eiser geen gegevens over de onderhoudstoestand van de woning verstrekte. Hierdoor geldt een omkering en verzwaring van de bewijslast ten gunste van verweerder. De rechtbank acht verweerder geslaagd in het aannemelijk maken van de waarde met behulp van de taxatiematrix, die referentiewoningen uit dezelfde wijk vergelijkt.
Eiser voerde aan dat de referentiewoningen gunstiger gelegen zijn, dat de onderhoudstoestand van de woning slechter is dan gemiddeld en dat de indexering niet transparant is. De rechtbank vond deze bezwaren onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat verweerder de ligging, onderhoudstoestand en indexering adequaat heeft meegenomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €375.000,- wordt ongegrond verklaard.