ECLI:NL:RBMNE:2021:2947
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na Ambermelding
Eiser, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is, heeft meerdere malen een WIA-uitkering aangevraagd en meldde op 11 juli 2019 een verslechtering van zijn gezondheid met klachten als CVS, fibromyalgie, en Astma/COPD. Verweerder weigerde de WIA-uitkering toe te kennen omdat uit medische en arbeidskundige beoordelingen bleek dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Eiser betwistte de medische beoordeling en stelde dat zijn beperkingen, waaronder de noodzaak tot overdag slapen en klachten van benauwdheid, onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts zorgvuldig had gehandeld en dat de medische rapporten logisch en consistent waren. Eiser leverde geen nieuwe medische informatie die de beoordeling kon weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat de beperkingen zoals vastgesteld per 11 juli 2019 juist waren en dat eiser geacht moet worden de geduide functies te kunnen verrichten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.