Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
5. De rechtbank ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de waarde van de woning aan de [adres 7] voor het belastingjaar 2020 wordt vastgesteld op € 360.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019, en te bepalen dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig dient te worden verminderd.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover dat ziet op UTR 20/1536, 20/1538, 20/1539, 20/1540, 20/1542 en 20/1543 ongegrond;
- verklaart het beroep voor zover dat ziet op de [adres 7] (zonder zaaksnummer) gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die ziet op [adres 7] ;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 7] voor het belastingjaar 2020 vast op € 360.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019, en bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig dient te worden verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden;