Vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning aan voor het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, waarvoor het college de vergunning verleende. Eisers, eigenaren van het agrarisch bedrijf, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank onderzocht ambtshalve of het college bevoegd was om de vergunning te verlenen.
De rechtbank oordeelde dat het college de gemeenteraad had moeten vragen om een verklaring van geen bedenkingen, zoals vereist is volgens artikel 2.12 Wabo. Deze verklaring ontbrak en het college kon niet aantonen dat een uitzondering op deze verplichting van toepassing was. Hierdoor was het college onbevoegd om de vergunning te verlenen.
De rechtbank vernietigde het besluit en legde het college op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen, waarbij de gemeenteraad vooraf om een verklaring van geen bedenkingen moet worden gevraagd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.