De rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 24 juni 2021 geoordeeld dat de bewindvoerder in het bewind over het vermogen van de rechthebbende toerekenbaar tekortgeschoten is in de zorg van een goed bewindvoerder. Dit omdat de bewindvoerder ten onrechte geen zorgtoeslag heeft aangevraagd voor de jaren 2017, 2018 en 2019, terwijl de rechthebbende hier recht op had.
De procedure startte met de aanlevering van de rekeningen en verantwoordingen over genoemde jaren, waarbij bleek dat geen toeslagen werden ontvangen. Ondanks verzoeken om toelichting gaf de bewindvoerder aan dat het recht op toeslag geen plicht tot aanvraag inhoudt en dat de rechthebbende voldoende inkomen had om de zorgverzekering te betalen. De rechtbank oordeelde dat het optimaliseren van het inkomen een primaire taak van de bewindvoerder is en dat het niet aanvragen van de toeslag een tekortkoming is die haar kan worden toegerekend.
De rechtbank stelde vast dat als de toeslag tijdig en correct was aangevraagd, deze door de Belastingdienst zou zijn toegekend. De schade werd berekend op basis van het maximale recht op zorgtoeslag over de drie jaren, totaal €3.394,-. De bewindvoerder werd veroordeeld tot vergoeding van dit bedrag, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.