ECLI:NL:RBMNE:2021:3031

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2021
Publicatiedatum
13 juli 2021
Zaaknummer
9215184 \ LT VERZ 21-1859
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek machtiging indienen planschadeclaim en zienswijze tegen bouw windturbines afgewezen

De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 24 juni 2021 een verzoek van de bewindvoerder en mentor van betrokkene, die onder bewind staat sinds november 2019. Het verzoek betrof het verkrijgen van toestemming om namens betrokkene zienswijzen en bezwaar te maken tegen de bouw van windturbines nabij haar woning, alsmede het indienen van een planschadeclaim en een handhavingsverzoek.

Tijdens de zitting werd verweer gevoerd door de andere kinderen van betrokkene, die stelden dat betrokkene niet wilde dat haar naam verbonden zou worden aan het stagneren van de bouw. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat betrokkene een belang heeft bij het indienen van zienswijzen of het maken van bezwaar. Daarom werd dit verzoek afgewezen.

Daarnaast werd het verzoek om een handhavingsverzoek in te dienen afgewezen, omdat de windturbines nog niet gebouwd zijn en er nog geen concrete overtreding of hinder is. Wel werd toestemming gegeven voor het indienen van een planschadeclaim wegens waardevermindering van de woning, mits is vastgesteld dat deze claim namens betrokkene kan worden ingediend. De kantonrechter vond het argument dat het indienen van de claim onrust zou veroorzaken onvoldoende onderbouwd, mede omdat de procedure door de bewindvoerder wordt gevoerd.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot indienen zienswijzen, bezwaar en handhavingsverzoek afgewezen; toestemming voor planschadeclaim onder voorwaarde verleend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Lelystad
zaaknummer: 9215184 \ LT VERZ 21-1859
BM nummer : [BM nummer]

Beschikking van de kantonrechter d.d. 24 juni 2021

Inzake het bewind en mentorschap van:

[betrokkene]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1925
hierna te noemen: betrokkene.
waarin bewindvoerder en mentor is;

[bedrijfsnaam] B.V.

Correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats]
hierna te noemen: [bedrijfsnaam]

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het bericht met bijlagen d.d. 6 april 2021, afkomstig van [bedrijfsnaam] .
De zaak is behandeld ter zitting van 2 juni 2021.
Verschenen zijn:
  • de bewindvoerder/mentor
  • [A] ;
  • [B] ;
  • [C] ;
  • [D] ;
  • [E] .

De beoordeling

De goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] zijn, bij beschikking van de kantonrechter te Lelystad van 19 november 2019, onder bewind gesteld met benoeming van [bedrijfsnaam] tot bewindvoerder. Op dezelfde datum is het mentorschap ten behoeve van [betrokkene] ingesteld. [bedrijfsnaam] is eveneens benoemd tot mentor.
[bedrijfsnaam] heeft in het bericht van 6 april 2021 gevraagd wat zijn rol als bewindvoerder c.q. mentor is met betrekking tot hetgeen de kinderen van betrokkene hem vragen inzake de bouw van windturbines rond de woning van betrokkene.
De heer [E] vraagt [bedrijfsnaam] of hij de naam van betrokkene aan de gemeente [naam gemeente] mag doorgeven als zijnde belanghebbende. Daarnaast vraagt hij of hij namens betrokkene zienswijzen mag indienen dan wel bezwaar mag maken tegen de bouw van de windturbines. Ter zitting is door en namens de andere kinderen verweer gevoerd. Zij stellen dat de windturbines nog moeten worden gebouwd en dat betrokkene niet zou willen dat haar naam verbonden zou worden aan het stagneren van de bouw van het windpark.
Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende gesteld dan wel gebleken wat, in het licht van het verweer van de andere kinderen, het belang van betrokkene is bij het indienen van zienswijzen dan wel het maken van bezwaar tegen de bouw. De kantonrechter wijst dit verzoek af.
Ter zitting heeft de heer [E] de kantonrechter verzocht om een handhavingsverzoek te mogen indienen bij de gemeente [naam gemeente] , met betrekking tot de hinder van de nog te plaatsen windturbines. Door en namens de andere kinderen is ter zitting verweer gevoerd. Zij stellen dat betrokkene niet zou willen dat de bouw van de windturbines wordt vertraagd door het indienen van een handhavingsverzoek uit haar naam.
De kantonrechter is van oordeel dat een handhavingsverzoek in de rede lijkt te liggen wanneer er een concrete overtreding van de regels wordt geconstateerd en hierdoor hinder wordt ondervonden. Aangezien de windturbines nog niet zijn gebouwd en deze, volgens de planning, pas in 2023 zullen gaan draaien is hiervan nog geen sprake. De kantonrechter wijst dit verzoek af.
De heer [A] heeft [bedrijfsnaam] verzocht een planschadeclaim in te dienen in verband met de waardevermindering van de woning van betrokkene, door de bouw van de windturbines. De heer [E] heeft [bedrijfsnaam] verzocht hiermee te wachten. Hij stelt dat het indienen van een planschadeclaim onrust en spanning zal geven voor betrokkene. Deze onrust en spanningen zijn slecht voor haar gezondheid.
Naar het oordeel van de kantonrechter is van het argument dat betrokkene onrust en spanning zal ondervinden door het indienen van de planschadeclaim niet gebleken. De procedure wordt door [bedrijfsnaam] gevoerd, waardoor betrokkene hierbij niet persoonlijk hoeft te worden betrokken door de bewindvoerder. De kantonrechter zal toestemming geven voor het indienen van de planschadeclaim door [bedrijfsnaam] , mits is komen vast te staan dat de deze claim namens betrokkene kan en mag worden ingediend.

De beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek tot het doorgegeven van de naam van betrokken aan de gemeente als belanghebbende, het indienen van zienswijzen en het maken van bezwaar tegen de bouw van de windturbines af;
  • wijst het verzoek tot het mogen indienen van een handhavingsverzoek af;
  • wijst het verzoek tot indienen van een planschadeclaim toe, onder de voorwaarde dat is komen vast te staan dat deze claim namens betrokkene kan en mag worden ingediend.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.