ECLI:NL:RBMNE:2021:3047
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op €459.000 voor het belastingjaar 2020, naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaafde de waarde in de uitspraak op bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 2 juli 2021 werd onder meer een taxatiematrix besproken waarin verweerder drie referentiewoningen gebruikte om de waarde van de woning te bepalen. Eiser voerde aan dat er betere referenties waren, waaronder een woning die na de waardepeildatum was verkocht, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder vrij was in de keuze van referentiewoningen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder met de taxatiematrix voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen door voor de woning de laagste prijs per vierkante meter te hanteren. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard omdat de waardebepaling voldoende onderbouwd was en de aangevoerde argumenten niet tot een ander oordeel leidden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.