Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslagen voor het belastingjaar 2020. Verweerder had de WOZ-waarde vastgesteld op €468.000,- en deze na bezwaar verlaagd naar €445.000,-. Eiser stelde een lagere waarde van €400.000,- voor.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met een taxatiematrix aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix gebruikte referentiewoningen en hield voldoende rekening met waardeverlagende factoren zoals de ligging en voorzieningen van de woning. Eiser kon niet aannemelijk maken dat de waarde te hoog was.
Daarnaast was het beroep tegen de aanslagen afvalstoffenheffing, rioolheffing en watersysteemheffing eveneens ongegrond, omdat eiser deze niet inhoudelijk had bestreden en zijn klachten over geluidsoverlast niet tot vermindering van de aanslagen konden leiden. De rechtbank wees erop dat een kwijtscheldingsverzoek de enige mogelijkheid is om betalingsverplichtingen te verminderen.
De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 8 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslagen is ongegrond verklaard.