ECLI:NL:RBMNE:2021:3064
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente. De gemeente had de waarde vastgesteld op €549.000,- voor het belastingjaar 2020, gebaseerd op een taxatiematrix en vergelijkingsmethode met referentiewoningen.
De eiser betoogde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €480.000,-. Hij voerde onder meer aan dat de ligging van zijn woning nadelig was vanwege inkijk van de buren, wat een waardedrukkend effect zou hebben. Daarnaast werd een referentiewoning met een luxe keuken aangevoerd als onvergelijkbaar.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente de bewijslast voldoende had voldaan door middel van de taxatiematrix en toelichting. De vermeende nadelige ligging werd niet als waardedrukkend erkend, mede omdat vergelijkbare woningen met inkijk niet in waarde waren gedrukt. De beroepsgrond over de referentiewoning met luxe keuken werd ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard.