ECLI:NL:RBMNE:2021:3066
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning aan een adres te Utrecht ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak is het beroep van eiseres gericht tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning aan een adres te Utrecht voor het belastingjaar 2020. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, had de waarde vastgesteld op €592.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019 en een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd. Eiseres stelde primair een lagere waarde van €509.000,- en subsidiair €538.000,- voor.
De rechtbank heeft de zaak inhoudelijk behandeld op basis van het verweerschrift, een taxatiematrix en de toelichting van de taxateur van verweerder. De taxatiematrix toont aan dat de waarde is bepaald via een vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. De gemiddelde prijs per eenheid van de woning ligt lager dan die van de referentiewoningen.
Eiseres voerde aan dat de ligging van de woning te hoog was gewaardeerd, omdat de woning niet aan het water ligt en geluidsoverlast ondervindt van de nabijgelegen jachthaven. Verweerder stelde dat de woning in een mooie omgeving ligt, met een waardering van 3 voor de ligging ten opzichte van 4 voor een referentiewoning, en dat eiseres wel degelijk toegang heeft tot het water en haar boot. De rechtbank volgt deze uitleg en oordeelt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de ligging.
Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €592.000,- wordt ongegrond verklaard.