Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de beschikking van 2 juni 2021 (hierna: de tussenbeschikking),
- de nadere akte van [verzoekster] van 16 juni 201,
- de antwoordakte van ASR van 30 juni 2021.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure tussen verzoekster en ASR Schadeverzekering N.V. stond een deelgeschil centraal over de kosten van een eerdere procedure betreffende een medisch deskundigenbericht. De rechtbank had in een eerdere tussenbeschikking de verzoeken van verzoekster over het medisch deskundigenbericht afgewezen, maar de buitengerechtelijke kosten toegewezen.
In dit deelgeschil ging het uitsluitend om de begroting van de kosten die verzoekster door haar rechtsbijstand had gemaakt en die zij op grond van de polisvoorwaarden op ASR wenste te verhalen. Verzoekster stelde een bedrag van bijna €9.812 aan advocaatkosten en griffierecht voor, maar ASR voerde verweer tegen deze begroting.
De rechtbank oordeelde dat het aantal in rekening gebrachte uren (30) niet redelijk was gelet op de aard van de zaak en het gehanteerde uurtarief. Daarom werd het aantal uren teruggebracht tot 20, wat resulteerde in een bedrag van €6.541,26 inclusief btw en kantoorkosten, vermeerderd met het griffierecht van €304. De rechtbank wees het verweer van ASR af en veroordeelde ASR tot betaling van deze kosten, ondanks dat het causaal verband tussen de pijnklachten en het ongeval niet was vastgesteld.
Uitkomst: ASR wordt veroordeeld tot betaling van €6.541,26 aan proceskosten plus €304 griffierecht.