ECLI:NL:RBMNE:2021:3221
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na gedeeltelijke gegrondverklaring bezwaar tegen UWV-besluit
Verzoekster diende bezwaar in tegen een besluit van het UWV van 17 september 2020. Het bezwaar werd op 25 januari 2021 gedeeltelijk gegrond verklaard. Verzoekster ging in beroep bij de rechtbank. Op 28 mei 2021 trok het UWV het eerdere besluit op bezwaar in en wijzigde het dagloon naar €213,43, waarmee zij verzoekster geheel tegemoetkwam.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskosten moest vergoeden, omdat het bestuursorgaan geheel aan verzoekster tegemoet was gekomen.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €748,- voor rechtsbijstand en veroordeelde het UWV dit bedrag aan verzoekster te betalen. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €49,- aan verzoekster terugbetalen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 6 juli 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €748 aan proceskosten en terugbetaling van het griffierecht van €49 aan verzoekster.