ECLI:NL:RBMNE:2021:3227
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling rekening-courantvordering tussen aandeelhouder en vennootschap
De vennootschap [eiseres] B.V. vordert betaling van een rekening-courantvordering van €10.562,00 plus 4% rente van haar aandeelhouder [gedaagde] B.V. De vordering betreft een saldo dat per 31 december 2020 nog openstond, ondanks dat de vennootschap de rekening-courantverhouding met haar andere aandeelhouder al had opgeheven.
[gedaagde] betwist de vordering en stelt dat de opbouw en het ontstaan van de vordering onduidelijk zijn, ondanks herhaalde verzoeken om opheldering. Tijdens de procedure is gebleken dat de vordering al in de jaarrekeningen van 2015 en 2016 was opgenomen en door [gedaagde] is goedgekeurd, zonder voorbehoud.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] onvoldoende heeft betwist dat de vordering bestaat en dat de hoogte ervan juist is. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Ook worden de proceskosten aan de zijde van [eiseres] toegewezen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de aandeelhouder tot betaling van €10.562,00 met 4% rente en proceskosten aan de vennootschap.