ECLI:NL:RBMNE:2021:323
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen kantonrechter in pensioenpremiezaken
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die een dwangbevel inzake pensioenpremies behandelt. Zij stelde dat de rechter onbegrijpelijk had gehandeld door te besluiten over een mondelinge behandeling pas in het vonnis te beslissen, wat volgens haar leidde tot vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat de beslissing van de rechter een procesbeslissing betreft die niet onbegrijpelijk is en geen aanwijzing geeft voor vooringenomenheid. Nieuwe wrakingsgronden die ter zitting werden ingebracht konden niet worden meegenomen omdat deze te laat waren aangevoerd.
De kamer benadrukte dat de rechter nog niet op het verzoek tot mondelinge behandeling heeft beslist en dat het openhouden van de mogelijkheid om alsnog een mondelinge behandeling te gelasten geen reden is voor wraking. Ook het niet tijdig reageren op een brief van verzoekster was onvoldoende voor het vermoeden van vooringenomenheid.
De wrakingskamer verwees naar eerdere jurisprudentie en concludeerde dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden. Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.