ECLI:NL:RBMNE:2021:3236
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bevestigd zonder matiging
De Inspectie SZW voerde in oktober 2019 een werkplekcontrole uit bij het bedrijf van eiseres en constateerde dat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. Verweerder legde daarop een boete van €8.000,- op. Eiseres betwistte dat er sprake was van een overtreding, stellende dat de vreemdeling geen arbeid verrichtte maar ziek was en enkel als bezoeker aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij verweerder ligt en dat het boeterapport, opgesteld onder ambtseed, als uitgangspunt geldt. Uit het rapport en verklaringen van betrokkenen bleek dat de vreemdeling wel degelijk werkzaamheden verrichtte, ook al werd geen loon maar eten gegeven. De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat de vreemdeling geen werknemer was.
Eiseres verzocht om matiging van de boete wegens geringe verwijtbaarheid en financiële omstandigheden. De rechtbank stelde echter vast dat onbekendheid met de wet geen reden is voor matiging en dat eiseres onvoldoende financiële gegevens had overgelegd om een disproportionele last aan te tonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete wegens illegale tewerkstelling.