ECLI:NL:RBMNE:2021:3242
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde appartement te Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar appartement te Utrecht, welke door verweerder (de gemeente) was vastgesteld op €706.000,- voor het belastingjaar 2020.
Eiseres stelde een lagere waarde van €578.000,- voor en overhandigde een taxatierapport. Verweerder handhaafde zijn waarde met een taxatiematrix waarin het appartement werd vergeleken met vier referentiewoningen. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door een onderbouwde vergelijkingsmethode.
Eiseres voerde tevens aan dat verweerder niet had voldaan aan een verzoek om informatie over de grondstaffel en het indexeringspercentage, een verzoek op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ. De rechtbank stelde dat eiseres dit punt niet voldoende had gehandhaafd tijdens de hoorzitting en dat het in beroep opnieuw aanvoeren in strijd was met de goede procesorde.
Verder werd het argument over onvoldoende rekening houden met gedateerde voorzieningen en de oppervlakteberekening verworpen, omdat verweerder dit voldoende had gemotiveerd. Ook de beroepsgrond over de onderhoudsreserve van de VvE werd door eiseres ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €706.000,- is ongegrond verklaard.