Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
tenlastegelegde plaatsvond. Hij vertelt steeds dat sprake was van middelengebruik, van erbij
willen horen, van “aangemoedigd” worden, van “groepsdruk”, van gemakkelijk en snel geld
denken te kunnen verdienen en van onvoldoende stilstaan en overzien van (mogelijke)
consequenties. Zijn onzekerheid, zijn behoefte aan erkenning en waardering en de wens erbij
te willen horen hebben zijn gedragskeuzes zeker beïnvloed voorafgaand en ten tijde van het
tenlastegelegde. Zijn ADHD versterkte het impulsief en zonder nadenken handelen.
De psycholoog adviseert daarom verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.
verdachte, de beperkte copingsvaardigheden en de instabiele, en in de ogen van verdachte soms uitzichtloze, omstandigheden waarin hij zich bevond. Als de omstandigheden van
verdachte niet wijzigen, acht de psycholoog het recidiverisico matig tot hoog.
behandeling door een Fact-team is het meest aangewezen. Het Fact-team zou verdachte
moeten ondersteunen bij maatschappelijke zaken, en daarnaast moet ook sprake zijn van
behandeling door een psycholoog om te voorkomen dat verdachtes persoonlijkheid verder
scheefgroeit. De psycholoog acht het voor de identiteitsontwikkeling van verdachte wenselijk dat hij ergens met een schone lei kan beginnen en in een omgeving gaat wonen waar minder sociale controle is. Verdachte gaf herhaaldelijk aan zeer gemotiveerd te zijn voor een dergelijk traject en er graag aan mee te zullen werken.
De psycholoog geeft de rechtbank in overweging de ambulante behandeling en het begeleid wonen te doen plaatsvinden binnen het kader van een (deels) voorwaardelijke straf waarbij het begeleid wonen en de behandeling en begeleiding door het Fact-team als bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd. De reclassering zou vervolgens op het verloop van het traject dienen toe te zien.
:- meldplicht
- ambulante behandeling
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang
- drugs- en alcoholverbod en meewerken aan middelencontrole
- meewerken aan dagbesteding
Binnen de Rechtspraak zijn oriëntatiepunten voor straftoemeting vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor meerderjarigen is er geen oriëntatiepunt vastgesteld voor brandstichting. De rechtbank heeft daarom aansluiting gezocht bij gelijksoortige zaken die zich eveneens afspelen binnen de context van de situatie rondom corona en waarbij ook sprake was van brandstichting met gevaar voor goederen. Daaruit ontstaat het beeld dat er straffen worden opgelegd die lager zijn dan door de officier van justitie in deze zaak is gevorderd.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;