ECLI:NL:RBMNE:2021:3264
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzageverzoek persoonsgegevens en redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Eiser verzocht op grond van artikel 35 Wbp Pro om inzage in alle persoonsgegevens die verweerder, het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven, van hem heeft verwerkt. Na een eerste besluit en een bezwaarprocedure wijzigde verweerder het besluit op basis van artikel 15 AVG Pro en leverde een nadere inventarisatie van e-mailberichten.
Eiser stelde dat de zoekslag onvoldoende was en dat hij recht had op kopieën van documenten met zijn persoonsgegevens. De rechtbank oordeelde dat het inzagerecht geen recht geeft op kopieën van documenten, maar op een overzicht van persoonsgegevens in begrijpelijke vorm. De zoekslag van verweerder werd als voldoende beoordeeld, mede omdat eiser zijn verzoek pas in beroep had gespecificeerd.
Verder stelde eiser dat de redelijke termijn was overschreden, wat de rechtbank bevestigde. De bezwaar- en beroepsprocedure duurden samen ruim drie jaar, terwijl maximaal twee jaar redelijk is. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding van €1.500 toe aan eiser wegens de overschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot het betalen van de schadevergoeding. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.