ECLI:NL:RBMNE:2021:3269
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde hoekwoning ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een hoekwoning met een inhoud van circa 540 m3, bouwjaar 2015, gelegen aan een adres te een woonplaats. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2020 vast op € 539.000,-. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat vergelijkbare woningen aan een andere straat een lagere waarde hebben en dat de geselecteerde vergelijkingsobjecten niet goed vergelijkbaar zijn.
De rechtbank beoordeelde of de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en of de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de woningen niet identiek waren en er verschillen in inhoud waren. De heffingsambtenaar mocht de vergelijkingsobjecten selecteren zolang deze voldoende vergelijkbaar waren en verschillen werden verdisconteerd.
De vergelijkingsobjecten bleken qua inhoud, bouwjaar en ligging vergelijkbaar met de woning van eiser. De heffingsambtenaar voldeed aan zijn bewijslast en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning wordt ongegrond verklaard.